Raam 2

uit 2003 | Hoofdkoor
“Het eerste licht”

Het tweede raam van de cyclus dateert uit 2003. Hier verandert de duisternis langzaam in licht. In de onderste vier velden, die het grootste deel van het jaar door de geopende altaarvleugels worden bedekt, is het donkere blauw uit het vorige raam verdrongen. In de middelste rij worden vanaf het vijfde veld van onderen, dus boven de horizontale lijn, de roodtinten aangevuld met lichtere tinten.

De kunstenaar Karl-Martin Hartmann heeft zich voor dit basispatroon laten inspireren door Feynman-diagrammen, grafische voorstellingen uit de kernfysica die de interacties tussen elementaire deeltjes verduidelijken. Een witte horizontale lijn scheidt het lichte gedeelte bovenaan van de rest van het raam. Hier zijn rode en gele tinten te zien in fijnere motieven.

In het maaswerk van het raam bevindt zich een zevenpuntige ster, die herinnert aan de zeven scheppingsdagen, de zevenarmige kandelaar van de joden en de zeven sacramenten die in de kerk worden gevierd. In de kerk symboliseert het getal zeven de verbinding tussen het goddelijke getal drie en het aardse getal vier.

Binnen de ster is met dunne gebogen lijnen de afbeelding van een zogenaamde drie-jet-gebeurtenis te zien, een fenomeen uit de deeltjesfysica.

De vragen over het ontstaan en de oorsprong van al het bestaan gaan door deze ramen een dialoog aan met de thema’s van het hoogaltaar, dat de verlossing van de wereld voorstelt en de toekomstige weg van de mens laat zien.