Altaar 1

uit 1503 | Jakobusaltaar
“Gebaseerd op de Bijbel”

Het Jakobusaltaar dateert uit het begin van de 16e eeuw en is een vroeg werk van de grote houtsnijder Dries Holthuys uit Kleef. De rode sokkel, ook wel predella genoemd, is al ouder en dateert waarschijnlijk uit de tijd rond 1460. De vleugels, geschilderd door Hendrik s’Groten, zijn daarentegen aanzienlijk jonger en werden rond 1630 toegevoegd. Rond 1820 werd het altaar gedemonteerd in het kader van een grote verbouwing van de kerk. In 1970 konden de afzonderlijke delen weer worden samengevoegd in een nieuwe altaarkast, waardoor het oorspronkelijke altaar kon worden gereconstrueerd.

In het altaarschrijn, ook wel retabel genoemd, zien we in het midden Jakobus de Oudere zitten, met de voor hem typische insignes van de sint-jakobsschelp op zijn hoed, de pelgrimsstaf en een boekje met de bijbel in zijn hand. Aan zijn voeten knielen het stichterspaar Johann en Elisabeth Becker in pelgrimskleding. Met zijn linkerhand zegent Jakobus de stichtster, een troostend gebaar voor de pas weduw geworden vrouw, die het altaar na de dood van haar man heeft gesticht. Links van Jakobus staat de heilige Petrus met de sleutel van de hemel, rechts de heilige Mattheüs met een boek en een hellebaard, een soort spitsbijl, als herkenningsteken.

De beschilderde vleugels rechts en links van het altaar tonen de martelingen van Jakobus de Meerdere en Jakobus de Mindere. Op de linkervleugel wordt de onthoofding van Jakobus de Meerdere, de oudste, afgebeeld. Op de rechtervleugel is het lijden te zien van Jakobus de Mindere, die eerst van de stadsmuur van Jeruzalem werd gegooid en vervolgens werd doodgeslagen.

In de zes velden van de predella zijn nog meer heiligen afgebeeld, namelijk – van links naar rechts – een monnik, de heilige Agatha met een tang, de heilige Barbara, Christus aan het kruis, een heilige diaken en de heiligen Cosmas en Damian, die worden vereerd als geleerden en patroonheiligen van de artsen.

Het Jakobusaltaar is een levendig voorbeeld van hoe wisselvallig de geschiedenis van een altaar door de eeuwen heen kan zijn, als gevolg van verval, externe omstandigheden en veranderende tijdgeesten.